Lodewijk Karel Bruckman (1903 - 1995)

Lodewijk Bruckmanzaal
Foto: Rudmar Nijman

 

Beauty behind and invisible door

Gedachten zijn als deuren, die niet zichtbaar zijn, maar zich openen als bloemen
Beauty behind an invisible door
, 1984

Kijk op AVRO's kunstportal naar een korte documentaire over het leven van Bruckman: "De E-7 collectie": klik hier

Als een parel in het binnenste van een oester, zo glanzen de schilderijen van Lodewijk Bruckman in de intieme toonzaal van De Oude Wolden. Helder van kleur, licht van toon en van een ongekende precisie. Minutieus zet Bruckman ieder detail neer, messcherp penseelt hij iedere lijn.

Met een oog voor kleur, vorm en schaduwwerking lijkt hij rechtstreeks af te stammen van de oude Hollandse meesters. Alleen plaatst Bruckman zijn stillevens in een surrealistische, bijna magisch perspectief. Ze zweven in ijle verstrengeling door de lucht. 'Alles gaat voorbij' lijkt Bruckman te willen zeggen.

Een ei en een veer kwamen vaak voor in de meesterproef die gezellen van de middeleeuwse schildersgilden moesten afleggen. We zien ze ook regelmatig terug in de stillevens van Bruckman, alsof hij zichzelf steeds weer een proeve van bekwaamheid oplegt. Het onderstreept het vakmanschap van een bezield ambachtsman.

De E7-collectie van Lodewijk Bruckman, genoemd naar zijn levensgezel Evert Zeeven, werd de gemeente Bellingwedde geschonken door de schilder zelf.

Zijn werk is in Nederland verder alleen in Goes te bewonderen; het grootste gedeelte van zijn oevre hangt in musea en woonhuizen in de Verenigde Staten, het land waar hij een belangrijk deel van zijn leven gewoond en gewerkt heeft.

Biografie

Lodewijk Karel Bruckman wordt op 14 augustus 1903 in Den Haag geboren. Zijn tweelingbroer Karel Lodewijk zag acht uur eerder het levenslicht. Het gezin van de Bruckmans bestaat dan uit een vader die huis- en decoratieschilder is, een moeder een vier kinderen. Later wordt het gezin uitgebreid met een dochter.

De tweelingbroers Bruckman in 1925, getekend door Karel.

De tweeling Lodewijk en Karel gaan in 1916 naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten aan de Prinsessegracht in Den Haag. Lodewijk haalt daar de Acte voor hand- en rechtlijnig tekenen en verlaat de Academie na 5 jaar. Hij is dan 19.

Onder leiding van Henk Meyer gaat hij samen met zijn broer Karel verder met schilderen. Vanaf 1924 gaat hij, met enige tegenzin, tekenles geven op scholen. Hij houdt dat zo'n 20 jaar vol.

In de Tweede Wereldoorlog veranderd er veel voor Lodewijk. Zijn hartsvriend fotograaf Alexander van den Berg wordt gefusilleerd en zelf wordt hij geintimideerd. Het werk van Lodewijk wordt minder conventioneel en beschouwelijker. Hij maakt gebruik van een donker palet. In die periode leert hij ook zijn latere levensvriend Evert Zeeven kennen. Zeeven is acteur bij de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Na de oorlog, in 1948, vertrekken Lodewijk en Evert met behulp van de familie van Alexander van den Berg naar de Verenigde Staten. De eerste tentoonstelling van het werk van Bruckman in de Scott and Fowles Gallery is een groot succes. Daarna volgen meer succesvolle exposities. De Verenigde Staten ontdekken Bruckman. Werken van hem hangen in het Chicago Art Institute, het Pittsburgh Museum, het Brooklyn Museum en in het Metropolitan Museum of Modern Art in New York. Er wordt veel werk aan particulieren verkocht. Lodewijk en Evert wonen op verschillende plaatsen in de V.S. en in Mexico.

Het werk van Lodewijk Bruckman kenmerkt zich door een combinatie van surrealisme en een zeer gedetailleerde weergave van de werkelijkheid. Met dit laatste lijkt hij een rechtstreekste afstammeling te zijn van de oude Hollandse meesters. Omdat de symboliek in zijn werk een grote plaats inneemt wordt het wel gekarakteriseerd als Magisch Realisme.

In 1968 keren Lodewijk en Evert terug naar Nederland waar ze in het Zeeuwse Wemeldinge gaan wonen. Lodewijk schildert veel, en later besluiten ze 15 schilderijen aan de gemeente Goes te schenken. Het is dan inmiddels 1980.

Begin jaren 80 woont het stel weer een aantal jaren in de V.S., maar ze keren wegens gezondheidsklachten toch weer terug naar Nederland, ditmaal in Haarlem. In 1982 overlijdt tweelingbroer Karel. In Haarlem schildert Lodewijk zijn laatste collectie schilderijen, opgedragen aan zijn vriend Evert: de E-7 collectie. Het wordt fysiek steeds moeilijker voor Lodewijk om te schilderen. In 1987 voltooit hij met grote moeite zijn laatste schilderij: 'My creativity is over and done, but so much rewarded since I began'.

In 1988 verblijven Bruckman en Zeeven enige tijd bij vrienden in Bellingwolde. In november van dat jaar schenken ze de E-7 collectie aan de gemeente Bellingwedde. In het museum wordt een permanente Bruckmanvleugel ingericht.

Vanaf 1989 wonen Lodewijk en Evert in Leeuwarden. Evert overlijdt in 1993. Lodewijk gaat dan tekenen met potlood. Op 24 april 1995 overlijdt Lodewijk Bruckman op 91-jarige leeftijd.

In Nederland is het werk van Lodewijk Bruckman te zien in Goes en in museum De Oude Wolden in Bellingwolde.